Dat schrijf je toch met twee erren?

Dat schrijf je toch met twee erren?

Hoe ons brein ons kaapt in de oordeel modus, waardoor we druk zijn in ons hoofd en niet aan onszelf toekomen.

Toen ik in 1997 afstudeerde had ik niet meteen een baan. De gemeente nodigde me uit voor een sollicitatietraining. Met nog een aantal anderen kwamen we in een zaaltje met op de stoelen het programma van de dag  met de pakkende titel:  ‘Bijeenkomst sollicitatiebrief en curiculum vitae’.

Precies. Dat was ook het eerste wat mij opviel. Dat schrijf je toch met twee erren?

Mijn kin trok zich in mijn hoofd en ik keek wat schichtig om me heen, ergens toch nog wat twijfelend over mijn taal-technische kennis. Ik zag een groep mensen die wel heel angstig en afwachtend uit hun ogen keken. Geen gelijkgestemden.

Wat deed ik hier?

Mijn blik bleef hangen in een paar bruine ogen. Ze was een stuk ouder dan ik en ze glimlachte naar me. Ze moet mijn verwarring gezien hebben (ik heb zo’n blik die boekdelen spreekt), maar concentreerde zich weer op het papier dat ook zij van de stoel had moeten vissen.

Het werd een lange middag, waarin ik vooral genegeerd werd nadat ik mijn scherpe observatie had gedeeld. Naderhand kwam ik aan de praat met de dame met de bruine ogen. We deelden onze belangstelling voor taal en verhalen.

Daar waar ik overal bovenop sprong, was zij stil en beschouwend. Daar waar mijn hoofd aan de haal ging met wat ik allemaal dacht te horen en te zien, glimlachte zij.

Daar snapte ik niks van. Dat mens in de rij ging toch voor haar beurt? Dat doe je toch niet? Belachelijk toch dat ik niet eens een reactie krijg op mijn sollicitatie? Waarom neemt niemand de moeite om mij eens te vragen hoe het met me is? 

Mijn hoofd zat vol met vragen, gedachten over anderen, onzekerheden over mezelf , dacht veel na over het ‘waarom’ van dingen en had angst voor de toekomst. Ik had het behoorlijk druk zo op m’n 23e. 

Weloverwogen kon zij je precies vertellen wat er in haar hoofd omging. Zeker, zij had die vragen en gedachten ook. Tuurlijk was ‘het belachelijk’. Maar met een glimlach en kalmte waar ik stil van werd.

Op een dag vertelde ze mij dat het erg helpend in haar leven was geweest om te observeren. Enkel en alleen te kijken en te voelen. Niet meegaan in  die mening die onmiddellijk in je hoofd plopt, maar om in stilte ermee te zijn.

Heel langzaam nam ik dat over. Als ik geraakt werd door iemand. Niet meer gelijk er bovenop, maar eerst kijken en luisteren. Hoe iemand beweegt, kijkt, praat. Wat zei hij nou?, met welke woorden, welke toon. Ik liet het meer gebeuren, zonder er direct wat mee te moeten. 

Daardoor huilde ik ook meer, omdat ik werkelijk ging voelen hoe iets me raakte. En daar vond ik weer wat van. Lang slikte ik deze tranen in het bijzijn van anderen weg. Ik werd stiller en vond mezelf steeds minder leuk met de bijbehorende oordelen over mezelf. 

Pas veel later leerde ik dat wat ik voel nooit de schuld is van de ander, maar dat de ander aanraakt wat er allang in mij verborgen zit. Net zo min dat ik schuld heb aan de gevoelens van een ander, maar een ander wel kan aanraken in dat wat er al eerder is opgeslagen.

Gevoelens vragen erom aangeraakt te worden en te gaan snappen en duiden waar dat over gaat. Pas dan kunnen we er vrij van worden. Los van oordelen over de ander en onszelf. 

Dat is lichter leven en gun ik iedereen! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.